Menu

Van het CDA kunnen we nog best wat leren. En het CDA zelf ook.

more

Rentmeesterschap is het nieuwe leiderschap

door Oranjekom

Rentmeesterschap 

 

“In every deliberation, we must consider the impact on the seventh generation… even if it requires having a skin as thick as the bark of a pine.” 

 

 

Het CDA in de provincie Noord-Holland is voor investeringen in de energie-transitie, en voor de Formule 1 op Zandvoort. En daarom stemde ik CDA.

Ik vond het wel een grappige combinatie. Windmolens en de Formule 1. De mensen die aan mij vroegen wat ik gestemd had, vertelde ik het met wat bravoure en een knipoog; ‘CDA! Die zijn vóór de grand prix en vóór windmolens!’. Eén van mijn beste vrienden, die middenin het oog van de stom van de energie-transitie werkt, en VVD stemt, drukte mij voor de verkiezingen op het hart toch vooral “voor het midden” te stemmen. Hij zei; “wat je stemt maakt niet zoveel uit, maar stem op een middenpartij. Als we iets hard nodig hebben in deze tijd is het wel het midden.” Ik zag hem niet vaak zo serieus.

Enfin, ik stemde dus maar op het midden. Niet met een gevoel of een passie. Ik stemde eigenlijk voor de grap. Voor des keizers baard.

Ik merk dat ik buiten de politiek ga staan. Dat het er niet meer toe doet. Je kunt veel zeggen van de PVV, van FvD, van gele hesjes, van klimaatmarsen en van stakingen, maar één ding kan deze deelnemers niet ontzegd worden; ze hebben wel passie. Er zit emotie in. Ze hebben een drive. Ze doen het ergens voor. Ze willen verbetering. Verandering. Dat het anders wordt dan nu.

In mijn vakantie las ik het (nu meestverkochte) boek van Michelle Obama. Het raakte me, en dat heb ik niet zo vaak. Ze geeft met haar inkijk in haar leven en dat van Barack Obama een bijzondere geestdrift mee aan de politiek. Ook emotie. Ze waren intrinsiek gemotiveerd. Het ging hen niet om de winst. Ze streden voor een verandering. Het was geen holle kreet, geen marketingslogan. Het was ideologie. Politiek begon weer te leven.

Tegelijkertijd met het lezen van het boek van Michelle Obama las ik het manifest vanuit het CDA, genaamd; verandering en vertrouwen. Change in de polder, om het flauw samen te vatten.

 

Het CDA kan van Michelle nog wat leren. En van de Obama campagne ook.

Ik ben een gemiddelde kiezer. Ik heb me nooit heel bewust beziggehouden met politiek. En stemde maar wat mee met de mode. Toch ben ik (beperkt) maatschappelijk betrokken, volg de politiek op de voet, en maak me (lichtelijk) druk om wat er op ons af komt als maatschappij, als land en als globe. Ik erger me aan de verpolitisering van het klimaatprobleem, ik haal mijn neus op voor de conflicten binnen Forum voor Democratie, ik ben bezorgd over de schaal van de fraude onder VVD- prominenten en bewonder de premier om zijn arbeidsethos en over zijn inzet in Europa. Maar verder geloof ik het wel. En van het manifest word ik niet warm. Wel van het boek van Michelle. Had ik maar op de Obama’s kunnen stemmen…

Het manifest wil naar een meer radicaal midden. Ik ben het daar hartgrondig mee eens. Ook als gemiddelde kiezer. Maar hoe vind je het midden opnieuw uit? Het manifest is daarin een hele belangrijke stap voorwaarts. Het benoemt wat belangrijk is, en wezenlijk. Maar het mist de emotie. De intrinsieke motivatie. De ideologie. Het hart mee laten spreken. Waarom het appelleert aan ons, in het nu. Waarom het midden wel degelijk betekenis heeft. Los van de inhoud. Gewoon omdat het – in 2019 – nodig is om de focus op te leggen, op het midden. Dat het zo moet, dat blijkt wel uit het manifest. Maar waarom eigenlijk? Waarom zou het mij moeten raken?

Qua momentum zit het CDA verrassend goed. Er komt een keerpunt aan. Wie Hegel kent, weet dat in elke fase van een these, een onderstroom van een anti-these per definitie ontstaat, en vice versa. Doorgaans voor leiderschap in een middenpartij weinig populair. Niets moeilijker dan het midden houden, want het betekent dat je nooit met de meute meekan. Geen radicale positie hebben. En juist de waardering voor de kunst van het midden houden zijn we verleerd. Het midden is uit. Is van vroeger. Is conservatief. Geen keuze maken, kleurloos, slap, stilstand, achteruitgang. Een vacuüm. Daar wil niemand bij horen.

Maar we zijn op een keerpunt. Ergens snakken we ook naar het midden. Maatschappelijk. We zijn de extremen wel een beetje beu. Trump. Terrorisme. Wilders. Handgranaten in de horeca. Geweld tegen ziekenwagens. De puinhoop bij de belastingdienst. De tesla-taks. Nederland als belastingparadijs. Facebook privacy-schending. De ING schikking. De brexit.

De Hegeliaanse beweging van marktwerking en privatisering is op zijn retour. We willen er natuurlijk nog niet echt aan, want de huizenprijzen stijgen nog zo lekker, maar de onderstroom van ‘doe maar normaal’ is al goed voelbaar. De anti-these borrelt al flink: we zijn trots op Ajax, omdat ze goed voetballen, maar ook omdat ze een relatief kleine begroting hebben en met eigen geld zijn gegroeid. Dat het land op de dag van de tramaanslag in Utrecht bestuurd wordt, echt bestuurd, voelt als een verademing. Het knotsgekke parlement in Engeland is voor ons een voorbeeld van hoe we het niet willen. Dat snapt iedereen. Door de chaos bij een ander zien we wat het systeem ons allemaal (stilzwijgend) goed doet. We hebben respect voor hen die vanuit het hart besturen. Die koers houden. Standvastig zijn. Wijlen Van der Laan. Aboutaleb. Wienen. Elbers. Overmars. Door facebook en nepnieuws zien we het belang van goede journalistiek. Van het behouden van waarden. Het belang van zorgvuldigheid. Het belang van een stabiel klimaat. Letterlijk. Van hoor en wederhoor. We waarderen rede boven retoriek steeds meer. We omarmen het kinderpardon. Omdat we het andere onlogisch en wreed vinden. We luisteren niet echt meer naar een overwinningsrede van Baudet. We hoeven niet te weten wat boreaal nu exact betekent en wat hij er mee bedoelt. We snappen de burgerlijke onvrede. Maar we zijn er ook een beetje zat van. Zonder de inzet van Wiegel wil niemand er mee samenwerken. Als we diep in ons hart kijken. We willen naar het midden.

We zijn trots op bestuurders. Echte bestuurders. De ministers die in stilte een belang nemen in de holding van KLM-Air France. De ambtenaren van financiën die een bank overeind houden. De waterschappen die ons waterpeil bewaken in een droge zomer. De slachtoffers van MH17 die – na dagen van diplomatie – naar Nederland worden gehaald.

Daartegenover verachten we de wanbestuurders. Zij krijgen geen décharge meer. Een ziekenhuis dat failliet gaat. Een bank die omvalt. Een voetbalclub die gered moet worden. Schoolklassen die worden opgeheven vanwege een lerarentekort. Vliegtuigen die uit de lucht kletteren omdat de veiligheidschecks de kwartaalresultaten in gevaar brengen. We slapen er geen minuut minder om, omdat we het zo goed hebben, maar we zijn er wel klaar mee.

Van binnen snappen we de gele hesjes wel. En de FvD stemmers. Ze hebben namelijk een punt. Vanuit hun perspectief zijn zij wel degelijk de dupe van de excessen. Macht wordt niet geassocieerd met verantwoordelijkheid en dienstbaarheid, maar met graaien en belastingontwijking. Daarom ook blijft de premier onaantastbaar, ondanks de puinhopen in zijn eigen partij. Hij werkt hard, rijdt een 15 jaar oude Saab en fietst als het kan. En geeft les op donderdagochtend. Op het mbo. En in het weekend vergadert hij in Brussel. Hij snapt het wel. We rekenen hem niet af op bouwfraude, crematoriumwinst, of senaats-consultancy. Hij staat daar ver boven. Want hij bestuurt.

Wat dat betreft heeft het CDA, als partij die het midden wil uitdragen, het besturen als verantwoordelijkheid ziet, en als dienst in plaats van macht, de onderstroom mee. Ze kan het alleen niet omzetten in taal die je aanraakt. Die geestdriftig maakt. Besturen wordt niet geassocieerd met verandering. Het geeft geen goed gevoel. We denken toch aan saaie dassen. Aan wollige taal, aan het niet durven kiezen, of het niets doen als oplossing in woelige tijden.

 

Maar Frank Underwood is op zijn retour. Hoe de Designated Survivor dan op het zadel te hijsen. Hoe maak je ‘het midden’ tot een nationale trots. Tot een collectieve beweging die vooruit gaat. En niet stilstaat. Tot een hartstochtelijk ideaal. Kan het CDA mij raken zoals de Obama’s mij raken?

Of het waar is weet ik niet. Ik kan er via een simpele google-check-search niet de vinger op leggen, maar een indrukwekkend verhaal is het wel; de Amerikaanse Constitution zoals vormgegeven door o.a. Benjamin Franklin, is gebaseerd op oude indianenwetten. The Great Law of Peace. Bedacht door de Iroquois Confederacy. Toch kent de Constitution een weeffout, want één belangrijke regel namen Franklin en de zijnen niet over. Het principe van de 7e generatie:

“In our every deliberation, 

we must consider the impact of our decisions on the next seven generations.” 

 

En laat nu juist het CDA deze regel wel in haar DNA hebben opgenomen. Deze 7e generatieregel heet bij het CDA “rentmeesterschap”. Zie daar. Het hart begint te kloppen.

Ik heb gezocht op de website van het CDA naar de historie van deze term, maar kon niets vinden. Ik stuitte op een bescheiden regeltje over mens en milieu, en dat was het dan. Het CDA kan wat dat betreft van de Indianen nog veel leren. Die wisten wel hoe ze rentmeesterschap moesten definiëren, zodat je er kippenvel van krijgt:

“The thickness of your skin shall be seven spans — which is to say that you shall be proof against anger, offensive actions and criticism. Your heart shall be filled with peace and good will and your mind filled with a yearning for the welfare of the people of the Confederacy. With endless patience you shall carry out your duty and your firmness shall be tempered with tenderness for your people. Neither anger nor fury shall find lodgement in your mind and all your words and actions shall be marked with calm deliberation. In all of your deliberations in the Confederate Council, in your efforts at law making, in all your official acts, self interest shall be cast into oblivion. Cast not over your shoulder behind you the warnings of the nephews and nieces should they chide you for any error or wrong you may do, but return to the way of the Great Law which is just and right. Look and listen for the welfare of the whole people and have always in view not only the present but also the coming generations, even those whose faces are yet beneath the surface of the ground — the unborn of the future Nation.” (Uit de Great Law of Peace) 

 

Het CDA hoeft niet op zoek naar iets nieuws. Het CDA moet op zoek naar het rentmeesterschap. En deze waarde niet onder het tapijt vegen. Maar afstoffen. Oppoetsen. Afpellen tot de kern. Onderzoeken. Bespreken. Polijsten. En op het schild hijsen.

Opdat er rentmeesters opstaan. Rentmeesters zijn de leiders van nu. Leiders die onze omgeving niet zien als bezit. Bezit van iemand, iets of van ons allen. Maar die het zien als andermans bezit. Toekomstig bezit, dat wij hebben te beheren. Waar we zuinig op moeten zijn. In stand moeten laten. Moeten koesteren. Beschermen. Bewaken. Verdedigen. Met moed en durf. Zoals de Indianen zeggen. Met een huid zo dik als de bast van een woudreus.

Rentmeesters maken ons land klaar voor de toekomst. Beschermen het tegen de stijgende zeespiegel. Maken beleid tegen droogte. Zijn wars van de korte termijn. Wijken niet voor snel geld. Of snelle populariteit. Ze dulden kritiek, maar richten de blik op de toekomstige generaties. Stomen Nederland klaar voor de energie-transitie. Voor de digitalisering van ons bestaan. Ze treden artificial intelligence tegemoet, voordat het ons tegemoet treedt. Ze verbinden met vreemden en andersdenkenden. Rentmeesters kiezen altijd voor de mensheid en haar toekomst. Ze geven de toekomstige generaties een plek in de besluitvorming. De belangrijkste plek. Dat zijn rentmeesters. En dat is pas radicaal kiezen voor het midden. Het midden, dat is de 7e opvolgende generatie. Dat is onze drive, anno nu. We zijn het gelukkigste land van de wereld. We stemmen om des keizers baard. Maar niet als ons gevraagd wordt te kiezen voor de 7e generatie. Kiezen we voor leiders die ons belang behartigen? Voor de komende vier jaar? Of kiezen we voor leiders die voor ons bestaan als mensheid opkomen? Voor toekomstige generaties….

Ik weet wel wat ik zou kiezen. Kennedy wilde niet naar een stad verderop. Hij wilde naar de maan. Denk groot en ver vooruit. Dat is rentmeesterschap. Ga besturen met het perspectief op de 7e generatie na ons. Dat kan een kiezer raken.

5 mei 2019

Gerd van Atten

Alle artikelen bekijken

Oranjekom. Recht voor veranderaars.

Contact opnemen

Oranjekom.

Bekslaan 22 Routebeschrijving
2114 AR Vogelenzang (gemeente Bloemendaal)
vanatten@oranjekom.nl +31 6 81 61 91 91

BTW: NL857798273B01 KvK: 69242011

Contact opnemen